12 Veelgemaakte fouten in landschapsfotografie

Post

Fotografie nieuws / Post 103 Views

Landschapsfotografie is een populaire vorm van fotografie. Het lijkt zo eenvoudig, naar een mooie plek rijden, groothoeklens op je camera en klikken maar. Maar er komt bij landschapsfotografie heel veel kijken om met de mooie plaatjes naar huis te gaan. Dit kun je leren door veel te doen, geen straf in de mooie natuur, maar misschien kan ik je alvast helpen onderstaande fouten te voorkomen.

Het verkeerde tijdstip

Het tijdstip waarop je fotografeert bepaalt voor een groot deel het eindresultaat van je foto. Midden op de dag is het licht op zijn hardst, dit betekent donkere zwarte schaduwen en weinig kleur in het landschap, waardoor je foto er plat en flets uit komt te zien. Vooral midden in de zomer bij een felblauwe hemel zonder wolken is dit op zijn meest extreem en is het licht op zijn hardst.

Canon EOS 5DmkII, 17mm (Canon 17-40mm F4L), 1/125s op f/8, ISO 400

Onderste foto – Canon EOS 5DmkII, 17mm (Canon 17-40mm F4L), 1/125s op f/8, ISO 400

Voor landschapsfotografie is dit killing, het contrastverschil is zo groot dat schaduwen volledig zwart worden weergegeven of de lucht volledig wit. Dit kun je verhelpen door grijsverloopfilters te gebruiken, maar vaak mis je dan toch de richting van het licht eerder en later op de dag die helpt bij het accentueren van het landschap.

Misschien ben je al bekend met de term ‘het gouden uurtje’. In deze periode net voor de zonsondergang of na zonsopkomst heeft het licht een mooie warme gloed (die ’s avonds vaak sterker is dan ’s ochtends door de hoeveelheid stof in de atmosfeer) en valt het laag in, waardoor het landschap mooi wordt geaccentueerd.

Veel landschapsfotografen fotograferen exclusief in deze periode, maar ook zeker in de periode na de zonsondergang of voor de zonsopkomst als de kleuren van de wolken nog verkleuren en het landschap langzaam afscheid neemt van de blauwe gloed kun je nog mooie landschapsfoto’s maken.

Manarola, Cinque Terre, Italië - Canon EOS 5DmkII, 25mm (Canon 17-40mm F/4), 0,8s op f/11, ISO 100

Manarola, Cinque Terre, Italië – Canon EOS 5DmkII, 25mm (Canon 17-40mm F/4), 0,8s op f/11, ISO 100

Na zonsondergang en voor zonsopkomst betekent wel vroeg op of nog tot laat in het landschap verblijven. In de zomer een grote opgave als de zon al om 05.20u op komt (nog los van de noodzaak naar de gewenste locatie te rijden en een uur voor zonsopgang aanwezig te zijn, waardoor de wekker zomaar om 03.20u moet worden gezet), maar eerder en later in het jaar kun je de wekker iets later zetten. Met een programma zoals de Photographer’s Ephemeris kun je het tijdstip van de zonsopkomst en ondergang op een specifieke locatie onderzoeken.

Het succes van een landschapsfoto is in eerste instantie afhankelijk van het onderwerp dat je fotografeert en de compositie, maar het licht speelt daarnaast ook een enorm grote rol. De plek waar je bent mag nog zo mooi zijn, landschapsfotografie staat of valt met de kwaliteit van het licht.

Alleen groothoeklens gebruiken

Voor landschapsfotografie is een groothoeklens natuurlijk een perfect hulpmiddel. Dankzij de brede kijkhoek kun je een groots landschap eenvoudig in beeld krijgen en als je je laag positioneert om een voorgrond element goed in beeld te krijgen zie je toch een groot deel van het landschap in de achtergrond.

Een (ultra)groothoeklens heeft echter soms ook tot gevolg dat het landschap er wat plat uit komt te zien, zeker als je geen aandacht besteed aan je voorgrond en nog relatief ver weg staat van je onderwerp. Een groots en indrukwekkend landschap verandert zo eenvoudig in een veel minder spectaculair plaatje. En de kijker van je foto heeft geen idee hoe spectaculair het er uit zag toen je zelf op die locatie was.

Natuurlijk is een groothoeklens in veel gevallen de aangewezen lens, maar vergeet niet ook composities te maken met andere lenzen. De keuze van de lens heeft een groot effect op je compositie. Met een telelens wordt het beeld in elkaar gedrukt, hoe langer de lens hoe minder diepte de foto heeft. Het perspectief wordt beperkt, het lijkt of objecten dichter bij elkaar staan.

Met een groothoeklens krijg je een groot aantal van de omringende bergen in beeld en kun je laten zien in wat voor een prachtige omgeving het Commando Memorial monument in Spean Bridge, Schotland, staat:

Canon EOS 5DmkII, 24mm, 1/160s op f/11, ISO 100
Canon EOS 5DmkII, 24mm, 1/160s op f/11, ISO 100

Ben Nevis valt weg in het grotere landschap en vooral het landschap in het midden van de foto is weinig inspirerend. Door te kiezen voor mijn 70-200mm lens en bijna volledig in te zoomen heb ik de compositie merkbaar gewijzigd.

Het monument is gefotografeerd vanaf ongeveer dezelfde hoek (ik moest natuurlijk wel een stuk naar achteren om het monument goed in beeld te krijgen), maar de compositie is compleet anders. Door een aantal stappen links of rechts te zetten kon ik de Ben Nevis precies in de compositie plaatsen waar ik hem wilde hebben:

Canon EOS 5DmkII, 189mm, 1/160s op f/11, ISO 100
Canon EOS 5DmkII, 189mm, 1/160s op f/11, ISO 100

Vergeten in portretstand te fotograferen

Zoals je in bovenstaande foto kunt zien heb ik naast dat ik voor een telelens heb gekozen ook de compositie gewijzigd van landschap- naar portretstand (verticale oriëntatie). Het ligt voor de hand een landschap in ‘landschapstand’ te fotograferen, maar in heel veel situaties is het vaak juist beter om de voorgrond te benadrukken en juist elementen links en rechts van de foto te laten vervallen. Zeker als je een verticaal onderwerp in je foto opneemt zoals een molen of een vuurtoren.

Laig Bay, Isle of Eigg, Schotland - Canon EOS 5D, 28mm (Canon 24-105mm F/4L IS), 15s op f/10, ISO 100

Laig Bay, Isle of Eigg, Schotland – Canon EOS 5D, 28mm (Canon 24-105mm F/4L IS), 15s op f/10, ISO 100

Maar ook bijvoorbeeld bij een mooie wolkenpartij of lijnen in het landschap (van een muur, rivier, patronen in het zand, etc.) kun je perfect gebruik maken van de portretstand om een mooie compositie te maken.

Geen stabiel statief en afstandsbediening

Landschapsfotografie vindt vaak plaats bij zacht licht voor een mooie goudgele gloed en met een relatief dicht diafragma (f/11 of hoger) voor maximale scherptediepte. Dit betekent dat de sluitertijden vaak relatief lang zullen zijn. En dit betekent weer dat een stabiel statief van groot belang is om geen onscherpe en bewogen foto’s te krijgen.

Het is belangrijk te investeren in een goed statief met een goede statiefkop zodat de camera niet gaat zakken onder het gewicht van de lens en zo bewogen foto’s oplevert.

Loch Maree, Schotland - Canon EOS 5DmkII, 22mm (Canon 17-40mm F/4L), 5s op f/16, ISO 100

Loch Maree, Schotland – Canon EOS 5DmkII, 22mm (Canon 17-40mm F/4L), 5s op f/16, ISO 100

Over het algemeen is het zo bij statieven dat goedkoop duurkoop is. De gemiddelde fotograaf koopt in zijn leven drie statieven, een goedkoop statief gemaakt van een licht materiaal waardoor de camera al snel te veel beweegt, een beter statief van een paar honderd euro dat stabiel is, maar zwaar waardoor je het nooit uit de kofferbak haalt bij langere tochten. En een echt goed statief – misschien wel van het lichte maar sterke materiaal carbon – met een goed balhoofd waarmee je jaren vooruit kunt.

Uiteindelijk is het meteen kiezen voor een goed statief goedkoper dan drie statieven kopen, maar soms is het ook nodig te weten wat je niet wilt voordat je een goede keuze kunt maken voor iets waar je jaren mee vooruit kunt. En voor hetzelfde geld trekt landschapsfotografie je toch niet zo.

Gebruik van statief

Als je fotografeert op statief, schakel dan de beeldstabilisatie van de lens of camera uit. Sommige systemen kunnen er niet goed mee omgaan als het beeld perfect stil staat en gaan dan juist beweging veroorzaken.

Schakel ook de functie in om de spiegel bij de eerste keer indrukken op te klappen en pas bij de tweede keer indrukken de foto te laten nemen en neer te klappen (mirror lockup). Zorg er voor dat er tussen het moment dat de spiegel opklapt en de spiegel weer neerklapt een seconde of drie/vier zit zodat de camera helemaal stil komt te staan voordat de foto wordt genomen.

Liveview kan hierbij ook helpen. Naast dat het eenvoudiger is om een compositie te maken op een groter scherm wordt ook hier de spiegel niet meer wordt opgeklapt voordat de foto wordt genomen (want hij moet al omhoog om beeld te kunnen geven op het LCD scherm), waardoor je scherpere resultaten krijgt.

Kinderdijk - Canon EOS 5DmkII, 60mm (Canon 24-105mm F/4L IS), 0,6s op f/16, ISO 100

Kinderdijk – Canon EOS 5DmkII, 60mm (Canon 24-105mm F/4L IS), 0,6s op f/16, ISO 100

Een ander handig hulpmiddel is een afstandsbediening, zodat je geen beweging veroorzaakt bij het met je vinger indrukken van de sluiterknop. Daarnaast kun je daarmee de sluiterknop vaak vastklemmen zodat je geen kramp krijgt bij het minutenlang indrukken als je een foto neemt met een hele lange sluitertijd.

Waait er (harde) wind, probeer dan met je lichaam de camera en het statief af te schermen van de wind, zodat er geen extra beweging ontstaat. Sommige statieven hebben ook een haakje waaraan je gewicht kunt hangen om het statief stabiel te houden.

Een scheve horizon

Een andere veelgemaakte fout is een horizon waarbij het lijkt of het water van de zee links het beeld uit loopt. Tijdens het fotograferen concentreer je je op een specifiek onderwerp en wordt vaak vergeten het hele beeld door te kijken. Deze fout komt ook relatief vaak voor als je de camera in portretstand houdt, je hoofd is dan gebogen waardoor het lastig te zien is of alles recht staat.

Geen scheve horizon op het Gooimeer - Canon EOS 5DmkII, 24mm (Canon 24-105mm F/4L IS), 1s op f/18, ISO 100

Geen scheve horizon op het Gooimeer – Canon EOS 5DmkII, 24mm (Canon 24-105mm F/4L IS), 1s op f/18, ISO 100

Maak gebruik van een waterpas die je op de ‘hotshoe’ van je camera kunt plaatsen. Of maak gebruik van de lijnen die je kunt tonen in de Liveview weergave als je camera hierover beschikt. Sommige nieuwe camera’s bieden functies om te tonen of de camera recht wordt gehouden. Heb je deze functies niet, dan kun je ook gebruikmaken van de twee focuspunten die het verst uit elkaar staan horizontaal of verticaal. Controleer of deze beide op dezelfde lijn in de compositie vallen, dan staat het beeld recht.

Gelukkig is deze fout achteraf ook eenvoudig te herstellen door in een fotobewerkingsapplicatie de horizon weer recht te trekken. Vaak biedt software een aantal hulplijnen aan de hand waarvan je kunt beoordelen of de horizon recht staat. Houd er wel rekening mee dat, afhankelijk van hoe schuin de horizon staat, er een gedeelte van de foto af valt, dit kan net een cruciaal onderdeel zijn.

Onjuiste belichting (gebruik filters)

Bij een landschap is het van belang een goede balans te krijgen tussen de belichting van de lucht en de ondergrond. Vaak zie je een verschil tussen hoe licht de lucht is en hoe donker de ondergrond is, als dit groter is dan de camerasensor kan waarnemen (let op, het menselijk oog kan meer zien dan de camerasensor), kan dit betekenen dat de lucht wordt overbelicht of de ondergrond wordt onderbelicht.

Ondanks de mogelijkheden om foto’s met verschillende belichtingen te maken en samen te voegen in nabewerking (HDR) of achteraf een grijsverloopfilter via nabewerking toe te voegen, geven grijsverloopfilters mij toch nog steeds het meest natuurlijke en snelste resultaat. Deze filters gebruik je voornamelijk bij landschapsfotografie en dienen ervoor om het contrastverschil tussen de lichte en donkere delen van de foto zo te verkleinen dat alle lichttonen goed op de camera sensor worden vastgelegd. Dit is met name van belang als je te maken hebt met een groot contrastverschil tijdens zonsopkomst of zonsondergang.

Links zonder en rechts met grijsverloopfilter

Links zonder en rechts met grijsverloopfilter

Het grijsverloopfilter, dat je voor de lens plaatst, begint bovenaan donker en loopt dan langzaam over naar het onderste deel dat volledig doorzichtig is. Vergelijk het met de blauwe strook die op de voorruit van een auto zit. Het donkere deel zorgt er voor dat er minder licht op dat deel van de sensor kan vallen waardoor het contrastverschil tussen de lichte en donkere delen minder wordt.

Normaal gesproken plaats je het donkere deel over de lucht, met de overloop van donker naar licht op de horizon (over het algemeen op 1/3 of 2/3 van het beeld). Hierdoor valt er minder licht afkomstig van de lucht op de sensor, waardoor het contrastverschil tussen de lucht en de voorgrond minder groot wordt. Hierdoor heb je weer meer kans om in zowel de voorgrond als de lucht een detailrijk beeld te maken.

Door gebruik te maken van grijsverloopfilters kun je er zelfs met tegenlicht zoals hier er voor zorgen dat je zowel de zon als de voorgrond goed belicht houdt zodat je alle details kunt zien - Canon EOS 5DmkII, 24mm (24-105mm), 0,3s op f/11, ISO 100

Door gebruik te maken van grijsverloopfilters kun je, zelfs met tegenlicht zoals hier, er voor zorgen dat je zowel de zon als de voorgrond goed belicht zodat je alle details kunt zien – Canon EOS 5DmkII, 24mm (24-105mm), 0,3s op f/11, ISO 100

Voor landschappen met een prominente horizon met weinig verticale objecten kun je gebruikmaken van een filter met een harde lijn (hard graduated), heeft de scène één of meerdere verticale objecten, dan kan het beste gebruik worden gemaakt van een filter dat van donker naar licht verloopt met een zachtere overgang (soft graduated). Je hebt ook verschillende kleuren filters om bijvoorbeeld de scène blauw of geelachtig (tobacco) te maken.

Hoe goed een filter is wordt mede bepaald door of je echt neutrale kleuren hebt of dat er toch nog een blauwe of rode gloed over de foto valt. Lee Filters worden onder de beste filters gerekend, andere veelgebruikte filters komen van Cokin, hoewel die vaak een lichte kleurtint te zien geven als je meerdere filters tegelijkertijd gebruikt.

Te zware filters

Als je een grijsverloopfilter gebruikt is het heel eenvoudig om een te zwaar filter toe te passen, waardoor het eindresultaat er dreigender uit komt te zien dan je misschien zou willen. De beste manier om te bepalen hoe sterk het filter of combinatie van filters moet zijn om een goede belichting te krijgen in een bepaalde situatie is door te meten. Meten is nu eenmaal weten.

Als je met het actieve focuspunt van de camera eerst op het lichte deel van de compositie de belichting instelt en vervolgens op het donkere deel kun je tellen of berekenen hoeveel ‘stops’ verschil er tussen beide delen zit. Zo weet je hoe sterk het filter moet zijn wil je het contrastverschil reduceren.

Zorg ervoor dat je niet een te zwaar filter plaatst, anders wordt de lucht onnatuurlijk (dit was wel een regenbui, maar niet zo sterk)

Zorg ervoor dat je niet een te zwaar filter plaatst, anders wordt de lucht onnatuurlijk (dit was wel een regenbui, maar niet zo sterk)

Wat je echter zult merken als je het vaker doet is dat je over het algemeen de omstandigheden zelf redelijk goed gaat inschatten. Fotografeer ik de zonsopkomst tegen de zon in, dan zal ik een hoge filterwaarde van misschien wel 5 stops nodig hebben om alle lichttonen op de sensor te krijgen.

Maar is het al iets later tijdens de zonsopkomst en verlicht de zon het landschap, dan kan ik misschien wel volstaan met een filter met een verschil tussen licht en donker ter waarde van 1 stop. In de meeste gevallen begin ik met een 2 stops filter.

Dat is dan meestal mijn beginpunt voor het plaatsen van de filters. Ik maak een foto en bekijk op het LCD scherm of mijn inschatting goed of verkeerd uitpakt. Een hulpmiddel daarbij zijn de knipperende delen op het scherm, hier geeft de camera aan dat die delen volledig wit zijn. Tot op zeker hoogte kun je dit in RAW nabewerking wel corrigeren (vaak zit er ook een verschil in de JPEG weergave op het LCD scherm en het uiteindelijke RAW bestand), maar als grote delen overbelicht zijn moet het filter sterker worden.

Een ander hulpmiddel is het histogram. We willen voorkomen dat er informatie verloren gaat, schaduwen zijn anders volledig zwart of lichte delen volledig wit en dit is achteraf in nabewerking lastig te corrigeren (informatie die er niet is kan ook niet in nabewerking magisch worden teruggehaald).

De foto is perfect belicht. Links en rechts stopt het histogram precies voor de rand, er zijn geen diepe schaduwen of overbelichte delen van de foto

De foto is perfect belicht. Links en rechts stopt het histogram precies voor de rand, er zijn geen diepe schaduwen of overbelichte delen van de foto

Onvoldoende scherptediepte

Als je met je eigen ogen een landschap bekijkt is vaak zowel de voorgrond als de achtergrond scherp (tenzij je heel dicht met je neus op een steen in de voorgrond gaat zitten). Dit is dus ook wat we verwachten als we een landschapsfoto bekijken. Daarom wil je in landschapsfotografie (over het algemeen) zowel de voorgrond als de achtergrond scherp weer geven.

Het is dan van belang een dicht diafragma te kiezen (een hoog f-getal), zoals bijvoorbeeld f/11 of f/16. Met een groothoeklens hoeft het diafragma minder ver dicht dan met een telelens. Meestal is f/11 of f/16 niet de maximale waarde van de lens, maar als je veel hogere waarden zoals f/22 kiest (afhankelijk van de kwaliteit van de lens) krijg je te maken met diffractie, wat er juist voor zorgt dat het eindresultaat minder scherp wordt weergegeven.

Zowel voorgrond links als achterin het beeld alles scherp - Canon EOS 5DmkII, 24mm (Canon TS-E24mm f/3.5L II), 1/3s op f/16, ISO 100

Zowel voorgrond links als achterin het beeld alles scherp – Canon EOS 5DmkII, 24mm (Canon TS-E24mm f/3.5L II), 1/3s op f/16, ISO 100

Op de DOFMaster site kun je bekijken wat het effect van de brandpuntafstand van de lens en de afstand tot het onderwerp is op de focusafstand voor dichtbij en veraf. Geef het aantal mm van de lens in en selecteer je camera uit de lijst. Vervolgens wordt er een lijst weergegeven met verticaal de afstanden tot het onderwerp en horizontaal de diafragma waarde.

Met Near wordt aangegeven vanaf welke afstand de voorgrond scherp is, met Far wordt aangegeven tot welke afstand de achtergrond scherp is. vanaf een bepaald punt is de achtergrond scherp tot in het oneindige (infinity). Onderaan staat ook de Hyperfocal Distance (hyperfocale afstand) vermeld, als je op dit punt scherpstelt krijg je de maximale scherptediepte voor die diafragma & brandpuntafstand combinatie.

Inpakken als het gaat regenen

In de regen krijgt het landschap een geheel nieuwe aanblik. Kleuren worden veel duidelijker door het zachte verstrooide licht, waardoor ze veel beter uit komen, zeker in de herfstperiode. De kleur spat soms van het scherm. In plaats van je te richten op het grote landschap wordt het interessant om te kijken naar individuele elementen, de details.

Zacht licht tijdens de regenbui verhult de berg in de achtergrond net genoeg - Canon EOS 5DmkII, 30mm (Canon 17-40 F4L), 1.160s op f.8, ISO 640

Zacht licht tijdens de regenbui verhult de berg in de achtergrond net genoeg en maakt dat het geel van het beeld spat – Canon EOS 5DmkII, 30mm (Canon 17-40 F4L), 1.160s op f.8, ISO 640

Ook verdwijnen in de regen elementen makkelijker naar de achtergrond, door het mistachtige effect dat je krijgt, waardoor composities eenvoudiger worden en er minder afleidende elementen in beeld zijn. Zo kun je de aandacht richten op wat het belangrijkst is voor de compositie, mits je het kunt zien natuurlijk.

Door de lens zo veel mogelijk naar beneden te richten, een zonnekap te gebruiken (die doet ook prima dienst in de regen) en waar nodig een paraplu (soms wel wat onhandig, maar als er echt geen andere mogelijkheid is kun je nog steeds een foto nemen en daar draait het toch om) kun je het best lang uithouden, langer dan je denkt.

Ook kun je gebruik maken van een plastic tas die je simpelweg over de bovenkant van de camera en lens kunt doen. En als het te gek wordt kan de camera daar ook meteen in.

Incoming! - Canon EOS 5DmkII, 21mm (Canon 17-40 F4L), 6s op f/22, ISO 100

Canon EOS 5DmkII, 21mm (Canon 17-40 F4L), 6s op f/22, ISO 100

Als de regen langere tijd door gaat en horizontaal op de camera af komt, dan wordt het tijd de camera op te bergen en het moment uit te zitten. Blijf echter wel opletten, zeker op een dag waar de zon ook een rol speelt kan (kort) in de overgangsperiode van nat naar droog een mooi lichtspel te zien zijn.

Onvoldoende aandacht voor voorgrond

Als je een landschap op zichzelf fotografeert dan mist het vaak diepte, nog eens verergerd door het gebruik van groothoeklenzen waardoor grote elementen nog kleiner worden weergegeven. Je loopt dan het risico dat een indrukwekkend landschap niet goed wordt vertaald naar een 2D weergave op de foto.

Canon EOS 5DmkII, 27mm (Canon 17-40 F4L), 8s op f/22, ISO 100

Canon EOS 5DmkII, 27mm (Canon 17-40 F4L), 8s op f/22, ISO 100

Door op zoek te gaan naar een element om in de voorgrond te plaatsen creëer je diepte in je foto. Dit kunnen één of meer stenen zijn, maar ook een boom, riet, een muurtje, een boot, etc. Het gaat er niet om lukraak een dode dak of steen in beeld te plaatsen, de compositie wordt dan niet automatisch beter, maar als je dit op een gecontroleerde manier doet wordt de compositie vaak een stuk sterker.

Gehaast fotograferen

Landschapsfotografie is een ontspannen bezigheid, maar als het moment nadert tijdens de zonsopkomst of -ondergang dan gaat het vaak toch kriebelen. Het is dan heel verleidelijk om als een kip zonder kop door het landschap te rennen en zo veel mogelijk composities te nemen, wat het eindresultaat niet ten goede komt en er juist toe kan leiden dat je het licht op zijn hoogtepunt mist.

Misschien moet je eerst een ‘safety shot’ maken om er zeker van te zijn dat je in ieder geval iets hebt gevangen, zodat je daarna rustiger de compositie kunt verbeteren en eventuele foutjes kunt corrigeren. Natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan als de lucht 30s in vuur en vlam staat!

Canon EOS 5D, 24mm, 1/4s op f/8, ISO 100
Canon EOS 5D, 24mm, 1/4s op f/8, ISO 100

Onderzoek voordat je naar een locatie gaat wat de beste standpunten zijn en probeer minimaal een uur van tevoren aanwezig te zijn. Zo heb je de mogelijkheid in minder licht een goede compositie te zoeken en kun je eventueel nog naar een andere plek (relatief dicht in de buurt) als de plek blijkt tegen te vallen (beter is het natuurlijk om al veel eerder op de dag plekken te onderzoeken en hier later terug te komen).

Dit betekent ook dat je rustiger kunt fotograferen en meer aandacht kunt besteden aan je compositie. Het is natuurlijk niet zo dat je een uur van tevoren je statief neer moet planten en alleen vanaf die plek moet fotograferen. Probeer verschillende standpunten en invalshoeken uit en verplaats jezelf, maar ga ook niet als een malloot met je statief en camera heen en weer rennen.

Complexe compositie

Over het algemeen is het zo dat de beste foto precies datgene laat zien wat belangrijk is voor de foto en alle afleidende elementen weg laat. Alles wat niet helpt bij het verhaal, het oog uit het beeld weghaalt of afleidt van het daadwerkelijke onderwerp.

Zie je niet direct wat je tot onderwerp van je foto kunt maken dan moet je de locatie gaan onderzoeken. Welke elementen kun je in de foto opnemen die een interessant beeld vormen of een verhaal kunnen vertellen. Wordt het beeld beter als je door je knieën gaat of moet je het juist hogerop zoeken? Verder naar voren of verder naar achteren? Wat gebeurt er als je voor een groothoeklens in plaats van een telelens kiest?

Mistig Gooimeer - Canon EOS 5DmkII 200mm (Canon 70-200mm f/4L IS), 1/200s op f/11, ISO 100

Mistig Gooimeer – Canon EOS 5DmkII 200mm (Canon 70-200mm f/4L IS), 1/200s op f/11, ISO 100

Heb je eenmaal een idee van waar je naartoe wilt, dan komt het er op aan de compositie zo veel mogelijk te verfijnen dat het krachtigste beeld over blijft. Zoals je hierboven hebt gezien gaat dat om het plaatsen van de elementen die een rol spelen in het beeld, maar het gaat ook om het weghalen van alle elementen die kunnen afleiden van het grotere geheel.

De beste foto is vaak de foto die op een eenvoudige maar krachtige manier een verhaal kan vertellen, een emotie toont, de sfeer van dat moment vastlegt en de kijker een langere tijd kan boeien. Vang de essentie, toon niet meer of minder dan nodig is om het verhaal te kunnen vertellen en wees niet bang een tijd door te brengen bij je onderwerp.

Een hoop punten om op te letten als je gaat fotograferen in een landschap en dan heb ik nog niet eens alle aandachtspunten behandeld (gelukkig kun je heel veel informatie vinden in de Landschapsfotografie serie). Als je net begint, probeer onderdelen van deze tips te gebruiken om ervaring op te doen en zo steeds dichter bij te komen bij de perfecte foto.

Tips voor landschapsfotografie

Photographer’s Ephemeris, plan het beste moment

Comments